Chiptuning is het aanpassen van de software die de motor van een auto aanstuurt. Die software bepaalt onder meer hoeveel brandstof er wordt ingespoten en hoe hard de turbo werkt. Door die instellingen te veranderen, kan een motor meer vermogen en trekkracht leveren dan de fabriek standaard heeft ingesteld.
Autofabrikanten stellen een motor meestal ruimer af dan technisch nodig is. Dat doen ze voor de levensduur, voor wisselende brandstofkwaliteit en voor alle klimaten waar de auto wordt verkocht. Een tuner gebruikt die marge. Dat kan door de software in de motorcomputer te herschrijven, of met een losse module die tussen de sensoren en de motorcomputer wordt geplaatst. Die tweede variant heet vaak een tuningbox of powerbox en is doorgaans weer te verwijderen.
Meer vermogen betekent ook meer belasting voor onderdelen zoals de koppeling, de versnellingsbak en de remmen. Van een bescheiden aanpassing merkt een gezonde motor meestal weinig, maar bij forse stappen slijt de techniek sneller. Een garage kan bij een storing bovendien zien dat er aan de software is gesleuteld, en dat kan gevolgen hebben voor de fabrieksgarantie.
Een auto hoort overeen te komen met de gegevens waarmee hij is geregistreerd. Verandert het vermogen aanzienlijk, informeer dan vooraf bij de RDW en bij je verzekeraar wat er gemeld moet worden. De regels verschillen per situatie, dus vraag het na bij de instanties zelf voordat je iets laat aanpassen.
Kies een bedrijf dat de auto voor en na de aanpassing op een vermogenstestbank meet en de resultaten laat zien. Vraag of de originele software wordt bewaard, zodat je terug kunt naar de fabrieksinstelling. Een goede tuner kan uitleggen waarom bepaalde waarden gekozen zijn en waar de grens ligt voor jouw motor. Wie alleen maar grote getallen belooft, verdient een tweede blik.